Onderzoek naar samenwerken

Naast onderzoek in opdracht, verricht Gaston Vilé eigen en onafhankelijk onderzoek naar samenwerken. Om preciezer te zijn: onderzoek naar het vermogen tot en de kwaliteit van samenwerken van geconstrueerd of georganiseerd verbanden voor samenwerking (zoals organisaties). Daarbij hebben vooral de kissing points van het geconstrueerde collectief en het individu zijn interesse.

Bij samenwerking zijn er ook problemen. Gedoe is er altijd, zacht, keihard, onder of boven de grond, onzichtbaar en zichtbaar. Bij voorgenomen en bij spontane veranderingen, maar ook in relatief stabiele situaties. Laat we het sudderen? Hopen we dat het wegebt? Of dat het straks verbetert als die-of-die naar een andere afdeling gaat? Hoe een organisatie met gedoe omgaat, weerspiegelt het vermogen tot samenwerken.

Organisaties met een groot vermogen tot samenwerken, hebben niet zoveel last hebben van gedoe.

Wat onderscheidt een organisatie met een hoge samenwerkingskwaliteit?
Hoe zij zich georganiseerd hebben. Dit soort organisatie is in staat gedoe te voorkomen en als er (eens een keer) gedoe is, is er geen afhankelijkheid van onzekere incidentele interventies. Doordat deze organisaties hun samenwerkingsvermogen structureel georganiseerd en geborgd hebben.

Naar een hoge samenwerkingskwaliteit
Uit het onderzoek van Gaston komt naar voren dat het niet alleen gaat om het samenwerken binnen een team te verbeteren in termen van psychosociale en psycho-emotionele dynamiek. Juist niet.

In de schil die de organisatie vormt rondom de plek waar het samenwerken (dagelijks) plaatsvindt moet iets fundamenteels gebeuren. Belangrijkste eisen daarbij zijn dat:

  1. de organisatie erkent dat zij voor haar voortbestaan en voor de uitvoering van hun strategie afhankelijk is van samenwerken;
  2. de organisatie van samenwerken een bedrijfsfunctie maakt.

Kissing points van het geconstrueerde collectief en het individu
Voorkomen van gedoe en zelf goed kunnen aanpakken van gedoe – mocht gedoe er eens zijn – gaan heel nadrukkelijk om het geconstrueerde of georganiseerde verband voor samenwerking in samenhang met de daarin samenwerkende mensen. Wie zich alleen op het team of de teamleden richt, slaat de plank volledig mis. Dat wil zeggen dat gedoe, een onprettige werksfeer en de bijbehorende schade en kosten hardnekkig terugkerende fenomenen zullen blijven en samenwerken regelmatig moeizaam is. Dat is ook precies wat we in de praktijk van organisaties zien. Samenwerken beschouwen en behandelen als een normale bedrijfsfunctie is noodzakelijk.

Zorg en hoop

Eerder (1989) verscheen van zijn hand ‘Zorg en hoop’, een boek waarin hij een kritische analyse van grondbegrippen van A.H. Maslow maakt. Die analyse vormt niet zozeer een rode draad bij zijn onderzoek naar samenwerking en zijn werk, maar biedt wel een houvast om de mogelijkheden én onmogelijkheden tot samenwerken te zien.

Zorg en hoop gelden de menselijkheid en haar mogelijkheden en daarmee ook het samenwerken door mensen. Zorg in verband met de diepe teleurstelling dat de mogelijkheden tot samenwerken zo weinig worden verwezenlijkt. En hoop ten aanzien van de vreugdevolle, avontuurlijke en succesvolle onderneming die samenwerken kan zijn.

Op dit moment werkt Gaston Vilé aan ‘Naar een hoge samenwerkingskwaliteit. Samenwerken ontrafeld. Essenties om samenwerkingsvermogen te organiseren en te borgen’.

error: Content is protected
Don`t copy text!