Mijn leidraad is wat ik de verantwoordelijkheidgerichte benadering van samenwerken heb genoemd.

In die benadering staan 6 fundamentele verantwoordelijkheden centraal die in blijvend succesvol samenwerken bij elkaar komen.

Wie integraal aan samenwerkingsvermogen en -kwaliteit wil werken, komt niet onder het organiseren van deze 6 verantwoordelijkheden uit.






Om bij de 6 verantwoordelijkheden te komen, vormt gedoe tussen met elkaar werkende mensen het vertrekpunt.

Dit vertrekpunt leidt tot 3 organiseernoties of brillen om de fundamentele verantwoordelijkheden te structureren en te positioneren.

Het is een logisch verhaal waarbij je je afvraagt waarom we niet eerder op die manier naar organiseren van samenwerken hebben gekeken.



Van gedoe tot organiseernoties

3

gedoedimensies

4

werkidentiteiten

6

verantwoordelijkheden

2

lagen

3

snijdende sferen

3

brillen






De een is op samenwerking georiënteerd en een ander veel minder of misschien helemaal niet.

Dat vormt continu een voedingsbodem voor gedoe. Daarom is werken aan samenwerken doorlopend nodig.

Mensen met een sterke oriëntatie op samenwerking onderscheiden zich doordat zij in woord en daad heel bepaalde keuzes maken.

Als je kijkt naar hun keuzes, ontdek je dat inzoomen op hun leidende principes de meest pragmatische start van werken aan samenwerken is.





Doorlopend moeten werken aan samenwerken vraagt om de verantwoordelijkheidgerichte benadering van samenwerken.

Voor de inhoud. Voor de structuur. Voor de continuïteit.






(Vernieuw het scherm voor meer inspiratie.)

Over samenwerken gesproken

"Wie zoekt naar plaatjes die samenwerken verbeelden vindt handjes (op, in, tegen elkaar of naar elkaar toe), (losse) puzzelstukjes of weinig creatief het woord ‘team’ met wat poppetjes eromheen of “teamwork” geschreven op een ouderwets schoolbord.

Uit deze beelden spreekt de dominante monocultuur van het gangbare perspectief om bij organiseren van en werken aan samenwerken vooral in te zetten op juridische vorm, het organisatorische model, vaardigheden en incentives of beloningen.

Dat is een belangrijk perspectief dat rijker kan worden bij aanvulling vanuit het perspectief van (werk) gemeenschapsvorming. Het beeld van samenwerken zou daarom meer moeten omvatten dan alleen het huidige dominante perspectief.

In een eerdere post schreef ik dat samenwerken bij de deur begint. Anders gezegd: de selectie van medewerkers behoort toch ook echt tot één van de belangrijke voorwaarden voor het samenwerkingsvermogen en de kwaliteit van samenwerking. En het lukt niet om die noodzaak van passend krijgen en passendheid van medewerkers met handjes, puzzelstukjes en versierde woorden te verbeelden.

Baron Van Haersolte (1971, geciteerd in Rietdijk, 1974/1977, p. 92) komt met een interessant beeld van “samenwerking-willenden als samenwerking willenden. De onderlinge gelijkenis van onze nautische groepsleden heeft a.h.w. de structuur van een bezem; aan het ene einde (het “willen”) zijn zij samengebonden, aan het andere einde (het “doen”) divergeren zij. Van alles en nog wat doende, willen zij één en hetzelfde, namelijk de gestructureerde totaliteit van al dat gedoe. Zij willen datgene wat ten opzichte van hun onderscheidelijk willen-en-handelen als superconceptie “buiten haakjes” staat. Of, als ze het bijgeval niet willen (dus geen “volonté de tous” hebben), dan kan men toch zeggen dat zij, om samen te kunnen varen, het zouden moeten willen (”volonté générale”).”

Is er een beter beeld van samenwerken denkbaar dan deze bezem-structuur? Niet het bezembeeld van de tegenwoordige straatbezem, maar van de vroegere straatveger, de heksenbezem of sapoe lidi natuurlijk.

"

-Gaston Vilé

Baron Van Haersolte, R. A. V. (1971). Personificatie van sociale systemen. Kluwer.
Rietdijk, C.W. (1977). De contra-revolutie tegen de rede: 2. Polak & Van Gennep Uitgeversmaatschappij BV. (Oorspronkelijk gepubliceerd 1974)





error: Content is protected
Don`t copy text!