Mijn leidraad is wat ik de verantwoordelijkheidgerichte benadering van samenwerken heb genoemd.

In die benadering staan 6 fundamentele verantwoordelijkheden centraal die in blijvend succesvol samenwerken bij elkaar komen.

Wie integraal aan samenwerkingsvermogen en -kwaliteit wil werken, komt niet onder het organiseren van deze 6 verantwoordelijkheden uit.






Om bij de 6 verantwoordelijkheden te komen, vormt gedoe tussen met elkaar werkende mensen het vertrekpunt.

Dit vertrekpunt leidt tot 3 organiseernoties of brillen om de fundamentele verantwoordelijkheden te structureren en te positioneren.

Het is een logisch verhaal waarbij je je afvraagt waarom we niet eerder op die manier naar organiseren van samenwerken hebben gekeken.



Van gedoe tot organiseernoties

3

gedoedimensies

4

werkidentiteiten

6

verantwoordelijkheden

2

lagen

3

snijdende sferen

3

brillen






De een is op samenwerking georiënteerd en een ander veel minder of misschien helemaal niet.

Dat vormt continu een voedingsbodem voor gedoe. Daarom is werken aan samenwerken doorlopend nodig.

Mensen met een sterke oriëntatie op samenwerking onderscheiden zich doordat zij in woord en daad heel bepaalde keuzes maken.

Als je kijkt naar hun keuzes, ontdek je dat inzoomen op hun leidende principes de meest pragmatische start van werken aan samenwerken is.





Doorlopend moeten werken aan samenwerken vraagt om de verantwoordelijkheidgerichte benadering van samenwerken.

Voor de inhoud. Voor de structuur. Voor de continuïteit.






(Vernieuw het scherm voor meer inspiratie.)

Over samenwerken gesproken

"Wie herkent dit niet? Roddelen, negeren, traag of niet reageren, uitsluiten, doen alsof je neus bloedt, je mond houden, smoesjes, gladde praat, praten in clichés en platitudes, loze beloften, verschuilen achter de regels, focus op wat ontbreekt, cynisme, klagen, uitstellen, afwachten, beschuldigen, ja zeggen en nee doen, gebruiken, draaien, oneerlijkheid.

Gedoe. Voor samenwerken is gedoe rampzalig. Dat hoeft niet uitgelegd te worden.

Maar soms is het toch beter om niet aan het gedoe te komen. Soms kan het wel eens zo zijn dat juist gedoe het bindmiddel vormt.

Zonder al die moeilijkheden, het klagen en zuchten en puffen en het er steeds met elkaar over hebben, komen medewerkers misschien zelfs niet tot beter functioneren en presteren.

Immers afwezigheid van gedoe slaat dan wellicht een ‘gat’ dat verlammend en ontbindend voor medewerkers werkt.

Organisaties en hun verbanden die voor hun strategie en voor hun voortbestaan niet afhankelijk zijn van hun samenwerkingsvermogen en -kwaliteit hebben de grootste kans op deze omstandigheid van, kort gezegd, gedoe als noodzakelijk kwaad. En kunnen dus beter niet aan het gedoe komen.

Dat betreft echter slechts een klein aantal organisaties. Het leeuwendeel van de organisaties is wel afhankelijk van samenwerkingsvermogen en -kwaliteit.

Voor die organisaties biedt gedoe een noodzakelijke ingang om samenwerkingsvermogen en -kwaliteit te organiseren en te borgen.

"

-Gaston Vilé





error: Content is protected
Don`t copy text!